De Voorleesvogel
Doelgroepen:
Methodes:

KALEIDOSCOOP
  • Voor wie
  • Doel
  • Uitgangspunten
  • In de praktijk
  • Taal en lezen
  • Betrokkenheid ouders
  • Samenvatting
  • Kaleidoscoop, deel:
    Kaleidoscoop, deel 1 van 2 Kaleidoscoop, deel 2 van 2
    Voor wie?
    Kaleidoscoop is een educatieve methode en bruikbaar in peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en in de onderbouw van de basisschool.

    Doel
    De methode richt zich op de brede ontwikkeling van kinderen, met speciale aandacht voor hun taalontwikkeling. Kaleidoscoop is gebaseerd op de Amerikaanse methode High/Scope, zoals David Weikart die in 1962 opzette om daarmee de (onderwijs)kansen van kinderen en jongeren uit de armste buurten te vergroten. Vanaf 1994 werd het High/Scope- programma onder de naam Kaleidoscoop verder ontwikkeld en aangepast aan de Nederlandse situatie maar met dezelfde doelstellingen. Die zijn erop gericht onderwijsachterstanden tegen te gaan. Kaleidoscoop leert de kinderen zelfstandig werken en nadenken, plannen maken, die uitvoeren en erover napraten, met volwassenen en andere kinderen omgaan en problemen oplossen.

    Uitgangspunten
    De methode gaat ervan uit dat kinderen kennis verwerven en vaardigheden ontwikkelen door actief betrokken te zijn bij mensen, materialen, gebeurtenissen en ideeën. Bij Kaleidoscoop staat daarom actief leren, de actieve betrokkenheid van kinderen, centraal. De kinderen moeten zelf met de dingen bezig zijn, ontdekken en conclusies trekken, nadenken over eigen handelen en zelf problemen oplossen. Zíj nemen het initiatief. Daarbij is de interactie met volwassenen heel belangrijk.

    Kaleidoscoop maakt gebruik van sleutelervaringen om de ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen. Leid(st)ers bieden de kinderen een stimulerende en ondersteunende leeromgeving en een vast dagschema.

    Sleutelervaringen
    Sleutelervaringen geven een gedetailleerd beeld van de handelingen die typerend zijn voor jonge kinderen en de soorten kennis en ervaringen die zij opdoen. Door bepaalde activiteiten aan te bieden en te zorgen voor geschikte materialen maken de leid(st)ers het mogelijk dat kinderen sleutelervaringen hebben. Daarbij geven de kinderen echter de richting aan en de volwassenen volgen. De kinderen geven bij het ‘vooruitkijken’ aan wat ze willen gaan doen en wat ze ervan verwachten. Dan gaan ze aan de slag: ‘speelwerken”. Ten slotte wordt ‘teruggekeken’ op het spel, het verloop en de ervaringen. De rol van de volwassenen is hierbij stimulerend, ondersteunend en uitdagend. Door aan de hand van deze sleutelervaringen te observeren, krijgen de leid(st)ers veel informatie over de ontwikkeling van de kinderen. Observatie is dan ook een belangrijk onderdeel van de methode.

    De sleutelervaringen zijn ingedeeld in:
  • creatieve representatie,
  • taal en beginnende geletterdheid,
  • sociale relaties en initiatief,
  • beweging, muziek,
  • classificatie,
  • seriatie (eigenschappen vergelijken, rangschikken in serie of patroon en relaties onderscheiden)
  • hoeveelheid,
  • ruimte, en tijd.