De Voorleesvogel
Doelgroepen:
Methodes:

Praktijkvoorlbeeld: 'De verteltafel'

Wat?
De Verteltafel is een plaats rondom een bepaald verhaal of (prenten)boek waar kinderen dat verhaal kunnen naspelen (spelend vertellen) met behulp van zelfgemaakte attributen.

Voor wie?
De Verteltafel wordt veel gebruikt bij interactief voorlezen aan jonge kinderen..

Doel
De Verteltafel is erop gericht verschillende aspecten van de taalontwikkeling te stimuleren bij jonge kinderen. Zoals de mondelinge taalvaardigheid en beginnende geletterdheid, en communicatieve en cognitieve vaardigheden. De verteltafel ondersteunt de spelontwikkeling. Kinderen kiezen rollen, spelen met elkaar, ze verplaatsen zich in de personages van het verhaal en kunnen hun emoties hierin uiten.

De Verteltafel wil de kinderen verschillende kanten van een verhaal leren zien. Door verhalen op verschillende manieren te vertellen en na te spelen, krijgen kinderen greep op de verhaallijn van geschreven teksten. Ze leren dat verhalen een bepaalde opbouw hebben: een begin, een ontwikkeling en een eind. Ze leren ze dat er in een verhaal verschillende personages optreden, dat een verhaal zich altijd afspeelt in een bepaalde omgeving en dat er altijd een tijdsverloop is. Ze leren dat ze zich een verhaal waarbij ze zich betrokken voelen, eigen kunnen maken.

Door met De Verteltafel te werken, leren kinderen hoe ze om moeten gaan met een boek. Ze komen met boekentaal in aanraking. Voor anderstalige kinderen is de verteltafel een effectief middel bij het leren van hun tweede taal.

In de praktijk
De Verteltafel hoeft niet per se een tafel te zijn; het kan ook een deken op de grond, een koffer, een afgeschermde hoek in de klas of de zand/watertafel zijn. Eén boek staat centraal.

Wanneer men gaat werken met De Verteltafel kan men de volgende volgorde aanhouden:
De leid(st)er leest het (prenten)boek voor. Samen met de kinderen vertelt de leid(st)er het verhaal na en bespreekt de attributen die in het verhaal voorkomen.
De leid(st)er bouwt samen met de kinderen de verteltafel op. (Dit neemt enkele dagen in beslag, omdat de kinderen de meeste attributen zelf maken en/of meebrengen.) Daarna leest de leid(st)er het verhaal nog eens voor en introduceert de verteltafel.
De kinderen krijgen ruimschoots de gelegenheid om met de verteltafel en attributen te spelen en alles te verkennen.
De leid(st)er leest het boek voor en de kinderen voeren de handelingen uit. De kinderen ‘lezen’ het boek en de leid(st)er voert de handelingen uit.
De kinderen werken in groepjes met de verteltafel. De leid(st)er observeert. Vervolgens werken de kinderen zelfstandig met de verteltafel.

Leuke informatie:
  • http://proto.thinkquest.nl/%7Eklb027/
  • http://mediatheek.thinkquest.nl/~klb027/lessen/les%204.htm